Terug naar hoofdinhoud

Wat houdt inteelt precies in?

Bron: Follow the money – auteur Dieuwertje Kuipers

Wat houdt inteelt precies in?

Inteelt is een gevolg van het kruisen van genetisch nauw verwante individuen. Een toename van inteelt krijg je door te kruisen met individuen die meer aan elkaar verwant zijn dan de gemiddelde coëfficiënt van de populatie. De mate van inteelt binnen een populatie kan op twee manieren worden vastgesteld:

Via berekening van de ‘inteeltcoëfficiënt’
De inteeltcoëfficiënt geeft een indicatie van de kans dat in een individu de twee exemplaren van een willekeurig genenpaar identiek zijn én van dezelfde voorouder komen. ‘Wanneer een reu vaak wordt gebruikt om verschillende nestjes mee te fokken, heb je als pup een grotere kans een stukje identiek DNA via zowel de moeder als de vader te krijgen. Als die reu drager is van een bepaalde afwijking, dan heb je dus een veel grotere kans dat twee van diezelfde mutaties in het DNA bij elkaar komen in een pup en ziekte veroorzaken,’ zegt Fieten.

Bij het erven van genetisch materiaal krijgen pups (net als mensen) een chromosoom van zowel moeder en vader. Deze chromosomen raken soms beschadigd, wat leidt tot genetische mutaties zoals een andere kleur vacht, of bepaalde ziektes. Als maar een van de twee chromosomen een mutatie heeft, is dat geen probleem, omdat het (gen op het) andere chromosoom zal compenseren door de benodigde eiwitten te produceren. Maar uit twee dragers van dezelfde afwijking die allebei een gemuteerd gen doorgeven, wordt een pup met een afwijking geboren. Hoe vaker dus een reu wordt ingezet om nestjes mee te fokken, hoe groter de kans dat pups in een volgende generatie (die weer met elkaar gekruist worden) drager zijn van hetzelfde gemuteerde gen.

Via berekening van het inteeltpercentage
Een genoom is de complete genetische samenstelling van een organisme (zoals een pup), cel of virus. Wanneer genetici kijken naar de mate van inteelt in een individu, kijken zij naar de mate van gelijkheid in genetische samenstelling van het genoom. Dit is een behoorlijk technische exercitie.

Sinds de mogelijkheid voor DNA-analyse kunnen wetenschappers vaststellen welke delen van het DNA ‘homozygoot’ zijn (twee identieke kopieën van een gen op een chromosomenpaar) of ‘heterozygoot (twee verschillende kopieën van een gen op een chromosomenpaar). Homozygositeit wordt door genetici gebruikt als maat voor inteelt.

De mate van homozygositeit kan gemeten worden door het typeren van DNA-variaties. De mate waarin deze variaties voor een bepaalde eigenschap (zoals de kleur vacht of een ziekte) homozygoot zijn, geeft aan hoe ingeteeld een individu is. ‘Wanneer sprake is van veel inteelt, dan is er geen variatie: als je twee A’tjes hebt op het chromosomenpaar, kun je alleen maar een A’tje doorgeven aan je nakomelingen. Goed voorbeeld hiervan is het fokken op uiterlijke kenmerken die uiteindelijk raskenmerken zijn geworden. In die delen van het DNA is geen variatie meer en het kenmerk is dan vastgelegd, denk aan vachtkleur,’ aldus Fieten.

Onderstaande tabel illustreert hoe de mate van inteelt (homozygositeit) wordt bepaald aan de hand van de mate van gelijkheid van een genoom. Oftewel: in hoeverre er verschillen bestaan in de DNA-bouwstenen. Indien er gelijkheid is, zien wij dubbele letterreeksen: zoals AA, CC of GG. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld ‘zwarte vachtkleur’ en ‘zwarte vachtkleur’ (tweemaal eenzelfde mutatie), en is er dus geen variatie meer op deze specifieke eigenschap. Als alle variaties gelijk zijn – zoals in de eerste rij – dan is er sprake van 100 procent inteelt. Als van de vijf variaties er maar drie gelijk zijn, is er sprake van 60 procent inteelt. Op deze manier berekenen genetici het inteeltpercentage (in genetische termen: de mate van gelijkheid van het genoom). Hoewel dit in werkelijkheid wordt gedaan met minimaal twintigduizend variaties, wordt het principe in de tabel geïllustreerd aan de hand van vijf.
2020 foto inteelt 01

Fieten wijst erop dat deze laatste methode nauwkeuriger is dan de berekening aan de hand van stambomen: ‘Met inteeltschattingen door middel van stambomen ga je ervan uit dat het berekende ouderpaar ongerelateerd is. Dat is vrijwel nooit het geval; drie generaties terug zijn ze dit misschien wel – maar verder terug niet. Hierdoor zijn deze inteeltberekeningen vaak onderschattingen. Daarnaast bereken je hier voor het hele nest een coëfficiënt, maar als je het DNA bekijkt, kun je het precies meten per individu.’ Aangezien het leeuwendeel van de inteeltberekeningen voor honden wordt gedaan aan de hand van de eerste methode, betekent dit dat de mate van inteelt onder (ras)honden de afgelopen jaren systematisch is onderschat.