Gedrag en temperament van honden (3)
Auteur: Drs. Hennie J.C. Dubbeldam
Conflictgedrag
Conflictgedrag toont zich in de vorm van spanningsuitingen. Elke hond moet regelmatig beslissingen nemen over wat hij moet doen. Het kan dan voorkomen dat een hond onzeker wordt over de te maken keuzes: bijvoorbeeld als een prikkel de hond aanzet tot agressief gedrag, maar hem ook bang maakt. Dit soort onzekerheden kan bij de hond tot conflictgedragingen leiden.
Een bepaalde type conflictgedrag is ambivalent gedrag. Het woord geeft al aan dat het hier om een soort tweestrijd gaat. Ook hier worden twee typen onderscheiden: simultane ambivalentie, de hond gromt (agressie) en loopt achteruit (angst). Daarnaast komt successieve ambivalentie voor: de hond wisselt het grommen af met bijvoorbeeld tongelen (de hond steekt kort achter elkaar de tong uit de bek, het zgn. 'op afstand likken').
Een ander type conflictgedrag is de intentiebeweging van de hond. Wat iedereen wel meemaakt: een hond die onzeker is wat te doen zie je dan b.v. een poot heffen: een geremde voortbeweging. Dit is dus feitelijk een in de uitvoering geremd gedrag.
Conflictgedragingen die te zien zijn en ook op interme conflicten duiden zijn b.v. gapen, zich krabben, uitschudden en snuffelen aan de grond.
Dit type conflictgedrag wordt overspronggedrag genoemd.
In spannende situaties wordt de hond geactiveerd: klaar gemaakt voor actie. Effecten hiervan zijn een snellere hartslag en ademhaling, pupilverwijding en een wat roder/donkerder worden van de ogen. Maar ook borstelen (haren in lichte mate overeind) en het hijgen kunnen voorkomen. De hond wordt als het ware opgewarmd door al deze inwendige
veranderingen en hij moet zich letterlijk koelen: hij gaat hijgen. Ineen aantal gevallen gaat de hond ook extra speekselen, waarvan aangenomen wordt dat dit ook te maken heeft met de temperatuursregulatie.
Bovenbeschreven reacties kunnen ook optreden bij interne conflicten, die zich tijdens conflicten met een andere hond of in confrontaties met een prikkel kunnen voordoen. Iemand die oplet bij zijn eigen hond kan dit goed waarnemen.
Oorzaken van gedragsproblemen
Als een hond op zijn gedrag beoordeeld wordt is het noodzakelijk om kennis te hebben van de typen gedragsproblemen, hun uitingsvorm en oorzaken. In de praktijk is het zo dat als een deskundige een gedragsprobleem bij een hond constateert, dit door de eigenaar/geleider lang niet altijd als een probleem wordt ervaren!
Grofweg kun je de volgende oorzaken van probleemgedrag onderscheiden, in willekeurige volgorde:
· genetische predispositie, ofwel de hond is erfelijk belast
· socialisatiefouten (wie maakt ze niet), vaak wordt hieruit volgend 'licht' probleemgedrag volledig geaccepteerd.
· traumatische ervaringen
· (niet traumatische) negatieve ervaringen
· medische problemen (b.v. bij ouderdom)
· conditioneringsfouten; bijvoorbeeld geruststellen en andere vormen van onbewust belonen bij angst of agressie
· dominantie-incompabiliteit; dat wil zeggen dat de baas/bazin en hond niet bij elkaar passen vanwege het karakter en/of lichaamsgrootte. Ook stemeigenschappen kunnen een rol spelen.
· dominantieproblemen; baas/bazin gaat te toegevend/inconsequent of te weinig dominant met de hond om
· stemmingsoverdracht baas-hond; het bang/opgewonden zijn van de baas/bazin wordt door de hond opgemerkt en overgenomen
· voeding; te hoog eiwitgehalte/ toevoegingen aan het voedsel.
Dit is nogal wat. In zijn algemeenheid komen de de conditioneringsfouten en de dominantieproblemen het meest zichtbaar voor bij de huis-tuin en-keuken situatie baas-hond.
Op deze aspecten wordt dan ook graag ingespeeld door allerlei (gedrags)therapeuten voor honden. Toch kunnen ook andere hierboven genoemde oorzaken een belangrijke rol spelen, waardoor een 'behandelde' hond uiteindelijk toch niet geholpen blijkt. En de eigenaar veelal wel geld kwijt is, maar niet de frustratie.
Met bovenstaand wil ik niets anders zeggen dat het herkennen van gedragsproblemen bij honden niet altijd een eenvoudige zaak is.